Kan fysieke expressie spanning losmaken?

Iedere dag beweegt ons zenuwstelsel tussen inspanning en ontspanning, tussen activering en herstel. Dat is gezond en noodzakelijk — het zorgt ervoor dat we kunnen reageren op wat er op ons afkomt. Maar als spanning zich opbouwt zonder voldoende ontlading, raakt het systeem uit balans. Het lichaam blijft dan in een toestand van paraatheid, zelfs wanneer de situatie al voorbij is. De hartslag blijft verhoogd, de adem blijft hoog, spieren blijven aangespannen. Langzaam wordt dat de nieuwe normaalstand, waardoor rust niet meer vanzelfsprekend voelt.

Veel mensen proberen spanning te hanteren met praten, analyseren of relativeren.
Dat kan helpen om begrip te krijgen, maar het raakt zelden de kern van wat zich in het lichaam heeft vastgezet. Wanneer we iets spannends of belastends meemaken, reageert het lichaam direct. Spieren trekken samen, het hart pompt sneller, de ademhaling versnelt, en het lichaam bereidt zich voor op actie. In een gezonde cyclus volgt daarna ontspanning: de spanning loopt af via beweging, adem of trilling; dat zie je bij dieren heel duidelijk. Honden, katten; schudden de stress van zich af na een spannend moment. Mensen hebben dat natuurlijke ontladingsmechanisme ook, maar we onderdrukken het vaak door ons in te houden, beleefd en kalm te reageren. Hierdoor kan er ‘restspanning’ in ons systeem achter blijven. Dit kan zorgen voor vermoeidheidsklachten maar ook: hoofdpijn, gespannen spieren, slaapproblemen of emotionele vlakheid.


Bij het ontladen kan je denken dat je jezelf verliest of geen controle hebt over je emoties. Maar dat is het niet: het gaat over toestaan dat het lichaam weer kan bewegen op een manier die past bij de spanning die is opgebouwd. Dit kan een zucht zijn, krachtig uitademen en soms is de behoefte wel meer een fysieke expressie: duwen, trekken, stampen, slaan in een kussen, hard lopen, geluid maken. Niet om agressie kwijt te raken, maar om energie af te voeren die vastzit in het lichaam.


Wanneer het lijf die spanning kan ontladen, komt er ruimte wat je kan voelen doordat de ademhaling verdiept, spieren verzachten, en vaak ontstaat er een gevoel van helderheid of opluchting
In psychomotorische therapie wordt beweging gebruikt om het lichaam te helpen ontladen op een manier die veilig en afgestemd is en dit kan er voor iedereen anders uitzien. De één heeft baat bij kracht, druk en actie; de ander bij trager bewegen, schudden of ademwerk. Het doel is niet ‘ontploffen’, maar bewust ervaren wat het lichaam aangeeft, en daar beweging aan geven. Het kan zijn dat hier emoties mee komen zoals, verdiet of boosheid. Als spanning loskomt, kan ook het gevoel weer stromen. Leren ontladen betekent leren herkennen wanneer spanning zich opbouwt, en jezelf toestaan die spanning een weg te laten vinden.

Prestatiedrang, lichaamssignalen en zelfzorg

We leren al vroeg dat doorgaan loont. Dat je sterk bent als je volhoudt, je doelen haalt en niet te veel stilstaat bij hoe je je voelt. Die houding helpt om iets op te bouwen, om te presteren, om verantwoordelijkheid te dragen. Maar hetzelfde vermogen om door te zetten, kan langzaam veranderen in iets wat je uitput.

Wanneer het lichaam signalen afgeeft — vermoeidheid, spanning, hoofdpijn, kort lontje, oppervlakkige adem — zien we dat vaak als iets wat opgelost moet worden, zodat we weer verder kunnen. We luisteren niet naar wat het lichaam probeert te zeggen, maar gebruiken herstelmomenten als pitstops in dienst van productiviteit. Zo raakt zelfzorg losgekoppeld van werkelijk voelen, en wordt het onderdeel van hetzelfde doorgaan.

Doorgaan lijkt vaak een bewuste keuze: je besluit om je schouders eronder te zetten, nog even door te bijten, het af te maken. Maar in werkelijkheid is doorgaan zelden alleen een rationele beslissing. Het is meestal een patroon dat diep verankerd zit in wie iemand is, gevormd door ervaringen, verwachtingen en overtuigingen over wat het betekent om sterk of waardevol te zijn.

Vanaf jonge leeftijd leren we dat inzet, prestatie en volhouden beloond worden. We krijgen waardering als we hard werken, verantwoordelijkheid nemen of “niet opgeven”. Dat maakt dat doorgaan vertrouwd voelt, bijna vanzelfsprekend. Het geeft richting, grip en een gevoel van controle in een wereld die vaak veel vraagt.

Tegelijkertijd heeft dat doorgaan een keerzijde. Het kan een manier worden om ongemak te vermijden. Zolang je bezig bent, hoef je niet te voelen wat er onder de oppervlakte speelt — de onrust, de twijfel, het verdriet, de leegte of de spanning die stilvallen met zich mee zou brengen. Activiteit biedt afleiding. Het maakt dat je niet hoeft te merken hoe moe je bent, of hoe ver je jezelf soms voorbijloopt.

Het lichaam past zich aan dat patroon aan. De ademhaling wordt oppervlakkiger en sneller, spieren staan licht aangespannen, en de aandacht vernauwt zich tot de volgende taak of het volgende doel. Het zenuwstelsel leert dat ‘aan staan’ de normale toestand is. Dat kan lang goed gaan, want het lichaam is opmerkelijk veerkrachtig. Het vangt veel op, compenseert, en houdt vol zolang het kan.

Maar er ontstaat langzaam een verschuiving: functioneren neemt het over van voelen. Je blijft presteren, maar merkt dat het steeds meer moeite kost. Rust voelt onrustig, ontspanning wordt iets dat je moet plannen, en emoties worden iets wat in de weg staat in plaats van informatie die richting geeft.

Wat er dan gebeurt, is dat het contact met jezelf dunner wordt. Niet omdat je niet wilt voelen, maar omdat je systeem gewend is geraakt aan spanning als basistoestand. Stilte of vertraging roept dan eerder onrust op dan ontspanning. Het lichaam is zó gewend geraakt aan ‘aan’, dat ‘uit’ niet meer veilig voelt.

 

 

Doorgaan is dus niet per definitie een teken van kracht, maar vaak een automatisme dat ooit zinvol was. Het bood houvast in tijden van druk of onzekerheid, maar kan zich op de lange termijn tegen je keren. De echte kracht ligt niet in nóg meer volhouden, maar in het vermogen om te herkennen wanneer dat patroon je niet meer dient — en de moed om te stoppen, te voelen, en te luisteren naar wat je lichaam al die tijd heeft proberen te vertellen.

Het lichaam communiceert voortdurend, ook als we niet luisteren. Een stijve nek, vermoeidheid, moeite met slapen of concentreren — het zijn geen toevalligheden. Ze zijn vaak het gevolg van spanning die niet herkend of geuit wordt.

Wie gewend is om door te zetten, heeft die signalen vaak niet meer in beeld. De vraag “hoe gaat het met je?” wordt dan beantwoord vanuit het hoofd: druk, maar goed. Ondertussen laat het lichaam een ander verhaal zien.

Zelfzorg begint bij het serieus nemen van die lichamelijke informatie. Niet door er direct iets aan te willen veranderen, maar door te erkennen dat het er is. Vermoeidheid is niet altijd een teken van zwakte; het is vaak een uitnodiging om stil te staan bij de belasting die je draagt.

Voelen is niet passief, het is werk. Het vraagt de bereidheid om even niets op te lossen, niets te presteren, en aandacht te geven aan wat er in je lichaam gebeurt. Dat kan ongemakkelijk zijn, juist voor mensen die gewend zijn te handelen.

In therapie zie je vaak dat spanning pas voelbaar wordt op het moment dat iemand vertraagt. Wanneer het tempo omlaag gaat, komt er ruimte voor signalen die eerder zijn genegeerd. Soms komt er vermoeidheid, soms boosheid, soms verdriet. Niet als iets nieuws, maar als iets wat er al die tijd al was.

Dat moment van voelen is geen zwaktebod, maar een vorm van zelfzorg. Het is het punt waarop herstel kan beginnen.

Zelfzorg betekent niet per se rust nemen of iets leuks doen. Het begint bij luisteren — echt luisteren — naar wat het lichaam vertelt. Soms is dat: even stoppen. Soms is dat: bewegen, ademen, uiten, loslaten. En soms is het: hulp toelaten in plaats van alles zelf dragen.

Wie leert luisteren, merkt dat het lichaam niet tegenwerkt, maar meewerkt. Het geeft signalen, niet om te hinderen, maar om richting te geven. Door te voelen wat er werkelijk speelt, kun je op tijd bijsturen. Dan wordt doorgaan geen overleving meer, maar een bewuste keuze.

Vermoeidheid en de kunst van doseren

Er zijn momenten waarop je lichaam iets vertelt dat je liever niet wilt horen. Je merkt dat de energie sneller opraakt, dat ademhalen zwaarder gaat bij de kleinste inspanning, of dat spanning zich vastzet in je borst of schouders. Vaak is er geen duidelijke oorzaak aan te wijzen. Medisch lijkt alles in orde, en toch voelt het alsof het systeem ergens is vastgelopen.

Wat veel mensen in deze situatie herkennen, is dat het lijf niet meer vanzelf herstelt van wat ooit moeiteloos ging. Een gewone werkdag of een korte wandeling kan al te veel zijn, en rust lijkt niet altijd het gewenste effect te hebben. Dat maakt onzeker, soms ook wanhopig. Je wilt vooruit, maar elke poging om te versnellen lijkt juist averechts te werken.


Lichamelijke klachten zoals kortademigheid, druk op de borst, of vermoeidheid bij geringe inspanning zijn vaak geen teken van zwakte, maar van een lichaam dat te lang op scherp heeft gestaan. Stress, overbelasting en voortdurende alertheid kunnen ervoor zorgen dat het ademhalingssysteem en de spierspanning niet meer vanzelf tot rust komen.

Het lichaam is dan nog steeds bezig met ‘aanstaan’, ook al wil het hoofd juist ontspannen. In die toestand is zelfs iets kleins – een telefoongesprek, een stevige wandeling, een drukke dag – voldoende om het systeem te overprikkelen. Het gevolg is dat inspanning sneller kortademigheid oproept en dat herstel onevenredig veel tijd kost.

De natuurlijke reactie van veel mensen is om dit probleem met wilskracht op te lossen. Je probeert rustiger aan te doen, meer te plannen, beter te ademen, bewuster te leven. Alles met de intentie om te herstellen. Maar dat herstel wordt onbedoeld opnieuw een vorm van doen.

Wie gewend is altijd door te zetten, heeft vaak moeite met echt luisteren naar wat het lichaam nodig heeft. Dat lichaam vraagt niet om méér controle, maar juist om het durven loslaten van die controle. En dat is precies waar het vaak schuurt: de overtuiging dat je door beter je best te doen ook beter zult herstellen.


 

 

In de praktijk betekent dat vaak dat mensen óf proberen voluit te gaan, óf juist niets meer durven. Er lijkt weinig ruimte tussen inspanning en stilstand. De dag dat het beter voelt, wordt er net iets te veel gedaan; de dag erna is het lichaam uitgeput en voelt alles weer zwaarder.

Die wisselwerking is frustrerend, maar ook veelzeggend. Ze laat zien hoe moeilijk het is om werkelijk te doseren – om te bewegen op het grensvlak van wat kan, zonder te forceren, maar ook zonder alles te vermijden.

In psychomotorische therapie gebruiken we beweging om dat proces tastbaar te maken. Niet om conditie op te bouwen, maar om te leren luisteren. Een eenvoudige oefening, zoals dertig seconden een lichte beweging uitvoeren, kan daarin veel duidelijk maken.

Het doel is niet om vol te houden tot het niet meer lukt, maar om te ontdekken hoeveel inspanning prettig is, wanneer spanning oploopt, en op welk moment je beter kunt bijstellen. Zo’n korte, afgebakende ervaring laat vaak zien dat herstel niet ligt in méér doen, maar in beter afstemmen.

Bewegen wordt dan geen test van uithoudingsvermogen, maar een oefening in vertrouwen. In mildheid. In het leren herkennen van dat subtiele moment waarop ‘genoeg’ echt genoeg is.

Herstel na langdurige overbelasting vraagt tijd en aandacht. Het is geen lineair proces, maar een beweging tussen doen en rusten, spanning en ontspanning, actie en herstel. Juist in die wisselwerking leert het lichaam weer vertrouwen.

Door bewust kleine stappen te zetten – een korte oefening, een stukje wandelen, een moment van rust bewust toelaten – groeit het vermogen om de signalen van je eigen lijf weer serieus te nemen. En dát is de basis van duurzaam herstel.

Patronen die ooit logisch waren

Niet alles wat we meemaken, wordt opgeslagen in woorden of beelden. Een groot deel van onze ervaringen ligt vast in het lichaam, in de manier waarop we bewegen, ademen, kijken, spierspanning vasthouden of juist loslaten. Het lichaam onthoudt niet alleen wat er is gebeurd, maar vooral hoe het was om het mee te maken.

Dat noemen we impliciet geheugen: herinneringen die niet bewust worden opgeroepen, maar die wel voortdurend meebewegen in hoe we reageren op de wereld om ons heen. Het zijn geen concrete verhalen of beelden, maar patronen die zich hebben vastgezet in houding, tempo en spierspanning. Patronen die ooit zijn ontstaan om te beschermen, om controle te houden of om iets dragelijk te maken.


Iedereen ontwikkelt door de jaren heen bewegingspatronen die passen bij wat het leven van hem vraagt. Een kind dat leert dat het beter is om zich rustig te houden, spant zijn spieren licht aan, ademt stil en beweegt behoedzaam. Een kind dat vaak alert moest zijn, ontwikkelt een gespannen houding en blijft voortdurend op zijn hoede. En wie leerde dat het veiliger was om niet op te vallen, maakt zichzelf klein en beweegt voorzichtig door de ruimte.

Die reacties zijn geen bewuste keuzes; ze zijn ooit een logische aanpassing geweest aan de omgeving. Ze hielpen om spanning te reguleren, overzicht te houden of de situatie draaglijk te maken. Maar als die lichamelijke aanpassingen eenmaal zijn ingesleten, blijven ze actief, ook wanneer de omstandigheden al lang niet meer vragen om bescherming.

Zo kan iemand als volwassene nog steeds moeite hebben met ontspanning, niet omdat hij dat niet wil, maar omdat zijn lichaam nooit heeft geleerd dat ontspanning veilig is. Of iemand kan in sociale situaties onbewust zijn adem inhouden, niet omdat er nu gevaar dreigt, maar omdat zijn lichaam nog reageert op oude informatie. Het lichaam handelt sneller dan het bewustzijn kan volgen; het doet wat ooit nodig was.


Beweging als ingang tot bewustwording

In therapie of begeleiding komt dat impliciete geheugen vaak aan de oppervlakte via beweging. In een oefening, tijdens contact of zelfs in een simpele fysieke opdracht wordt zichtbaar hoe iemand gewend is zich te verhouden tot spanning, nabijheid of controle. Het lichaam laat zien wat het geleerd heeft: duwen of juist meegeven, afstand houden of contact zoeken, spanning opbouwen of wegbewegen.

Deze patronen zijn op zichzelf niet verkeerd. Ze vertellen iets over hoe iemand zich heeft aangepast aan eerdere ervaringen. Het doel is niet om ze af te leren, maar om ze te herkennen, te begrijpen en ruimte te creëren voor iets nieuws. Door aandachtig te bewegen, te voelen en te observeren, kan iemand merken wat er automatisch gebeurt en onderzoeken of dat nog past bij de huidige situatie.

Een oefening waarin iemand leert te leunen, te duwen of los te laten, kan daardoor veel meer betekenen dan alleen een fysieke handeling. Het kan iets aanraken dat diep in het lichaam is opgeslagen: een oude herinnering aan spanning, aan verantwoordelijkheid, aan niet mogen vertrouwen. En juist in dat moment ontstaat de mogelijkheid tot nieuwe ervaring — ervaren dat steun houden kan, dat grenzen aangeven toegestaan is, dat kracht inzetten niet altijd leidt tot afwijzing of conflict.


Nieuwe ervaringen schrijven zich ook in

Wat ooit in het lichaam is opgeslagen, kan opnieuw worden geleerd. Het lichaam is niet statisch; het blijft gevoelig voor nieuwe informatie. Door herhaalde, veilige ervaringen op te doen, kan het zenuwstelsel langzaam leren dat het niet meer voortdurend in paraatheid hoeft te staan.

Dat gebeurt niet door te praten of te analyseren, maar door iets werkelijk te ervaren. Door te merken dat spanning mag bestaan zonder dat er iets misgaat. Door te voelen dat je adem weer kan zakken, dat je kracht mag gebruiken, dat iemand anders nabij blijft terwijl jij jezelf laat zien. Die kleine, lichamelijke momenten hebben een directe invloed op het zenuwstelsel. Ze geven nieuwe, concrete informatie: dit is anders dan toendit is veiligik kan blijven.

Door dit soort ervaringen krijgt het lichaam de kans om oude reflexen te herschrijven. Het leert opnieuw dat niet elke spanning een bedreiging is, dat niet elk contact gevaarlijk is, en dat ontspanning niet betekent dat je kwetsbaar of onbeschermd bent. Deze leerervaringen verankeren zich langzaam in het lijf, waardoor gedrag en beleving vanzelf mee veranderen.


Het lichaam als archief én als ingang

Ons lichaam is geen neutraal omhulsel waarin we leven; het is een levend archief van wat we hebben meegemaakt. In de manier waarop we staan, bewegen, ademen of reageren, liggen de sporen van onze geschiedenis opgeslagen. Maar datzelfde lichaam is ook de ingang naar herstel.

Door opnieuw te bewegen, bewust te ademen, contact te maken of juist stil te staan, krijgt het lichaam de kans om een andere boodschap op te slaan dan het ooit heeft moeten dragen. Herstel begint dan niet bij vergeten, maar bij ervaren dat het nu anders is. Dat het gevaar van toen niet meer aanwezig is. Dat er keuze is, ruimte, en beweging.

PMT bij grenzen aangeven en trouw blijven aan jezelf

Veel mensen herkennen het: je houdt rekening met iedereen om je heen, maar vergeet ondertussen jezelf. Je wilt niemand tekort doen, dus schuif je je eigen gevoel en behoeften opzij. Op korte termijn lijkt dat de makkelijkste weg, maar op lange termijn kan het leiden tot irritatie, spanning en het gevoel dat je jezelf kwijtraakt.

In Psychomotorische Therapie (PMT) onderzoeken we hoe je beter bij jezelf kunt blijven, zónder het contact met de ander te verliezen. We doen dit niet alleen met woorden, maar juist via beweging en lichaamservaring. Zo wordt zichtbaar hoe je reageert in bepaalde situaties, en kun je nieuwe manieren oefenen om met spanning, grenzen en emoties om te gaan.

We werken aan:

* Bewustwording van je eigen signalen en grenzen.

* Op een gezonde manier ruimte innemen, zonder over de ander heen te gaan.

* Minder vermijden en meer in contact blijven, ook bij ongemak.

* Loslaten van zelfkritiek en (ver)oordelen.

Het resultaat? Meer rust, meer verbinding met jezelf én met anderen, en minder het gevoel dat je aan jezelf voorbijgaat.

“Ik voel nu beter wanneer ik iets voor de ander doe en wanneer het tijd is om voor mezelf te kiezen.” – deelnemer PMT

Wil je weten of PMT jou kan helpen om sterker en vrijer in het leven te staan? Neem gerust contact op voor meer informatie.

PMT bij negatief zelfbeeld en prestatiedruk​

Soms lijkt het aan de buitenkant alsof alles voor de wind gaat: goede cijfers op school, sociaal sterk, sportief. Maar van binnen kan het een heel ander verhaal zijn. Een negatief zelfbeeld, angst om fouten te maken en gevoeligheid voor kritiek kunnen ervoor zorgen dat zelfs leuke dingen — zoals sporten of afspreken met anderen — zwaar gaan voelen.

Bij Psychomotorische Therapie (PMT) werken we niet alleen met praten, maar vooral met doen en ervaren. Door middel van sport- en bewegingsactiviteiten kun je oefenen met omgaan met spanning, falen en druk.

In een veilige setting leren jongeren:

* Hoe hun lichaam reageert op stress en hoe ze dit kunnen reguleren.

* Dat fouten maken mag en zelfs helpt om te groeien.

* Grenzen aangeven en voor zichzelf opkomen.

* Plezier ervaren in bewegen zonder voortdurende (zelf)beoordeling.

Het doel? Meer veerkracht, een positiever zelfbeeld en het vertrouwen om nieuwe dingen aan te gaan. Zodat er weer ruimte komt voor school, sport én plezier met vrienden.

“Ik durf nu meer te proberen, ook als ik het spannend vind.” – deelnemer PMT

Wil je weten of PMT bij krachtpatsers iets kan betekenen voor jou of je kind? Neem gerust contact op voor meer informatie.

Vacature: Trainer / Instructeur bij krachtpatsers (min. 4 uur p/w)

Over ons
Krachtpatsers is een kleinschalige en persoonlijke outdoor sportschool in Sassenheim. Wij geven groepslessen zoals bootcamp, boksfit en kracht & core, én bieden 1-op-1 en small group trainingen. Daarnaast combineren we fysieke training met coaching en therapie. Alles gebeurt buiten, in de frisse lucht!

De functie
Wij zoeken een enthousiaste en proactieve trainer/instructeur die:

  • Een aantal bestaande groepslessen kan overnemen
  • Af en toe kan invallen voor collega’s
  • Nieuwe lessen wil opzetten en uitvoeren
  • Bereid is om te werken in de avonden en/of weekenden
  • Minimaal 4 uur per week beschikbaar is

Wij zoeken iemand die:

  • Een passie heeft voor sport, bewegen en mensen begeleiden
  • In het bezit is van een relevante opleiding/certificering, zoals:
    • Cios
    • ALO / CALO (Academie Lichamelijke Opvoeding)
    • Fitnesstrainer A of B (NL Actief)
    • Personal Trainer certificering (bijv. EREPS Level 3 of 4)
    • NASM Certified Personal Trainer
    • AALO Fitness Instructor / Personal Trainer
    • Of een vergelijkbare erkende opleiding in sport, bewegen of fitness
  • Communicatief sterk is en goed kan motiveren
  • Zelfstandig én in teamverband kan werken

Wij bieden:

  • Een plek in een klein en betrokken team met een hands-on mentaliteit
  • De mogelijkheid om zelf lessen vorm te geven
  • Werken in een inspirerende outdoor omgeving
  • Persoonlijke en sportieve ontwikkeling
  • Een marktconforme vergoeding (op zzp- of oproepbasis)

Interesse?
Stuur je motivatie en CV uiterlijk 30 september naar juliette@krachtpatsers.nu en wie weet word jij onze nieuwe collega!


Kan je hulp gebruiken om in beweging te komen?

Kan jij hulp gebruiken bij het sporten? Heb je een blessure en weet je niet zo goed wat je nu allemaal nog kan? Vind je het spannend om te bewegen, maar wil je wel graag weer fit(ter) worden? Heb je pijn tijdens of na het bewegen, maar wil je wel kijken naar je mogelijkheden? 

Denk aan rugklachten, nek/schouderklachten of knieklachten. Klachten die je beperken in je beweging, die je dagelijks voelt en ervoor zorgen dat je niet kunt genieten van bewegen en je tegenhouden om te gaan sporten. Wil jij weten wat je kunt doen om jouw klachten te verminderen en vooral naar wat er allemaal wel mogelijk is op beweeg- of sportvlak?  

Hiervoor kan je bij krachtpatsers terecht. Onder begeleiding van onze fysiotherapeut en beweegcoach Hilde Does leer je (weer) veilig en op een duurzame manier te bewegen. Samen wordt er gekeken naar oefeningen die wel bij je passen, en worden de spieren versterkt zodat je klachten minder op de voorgrond hoeven zijn en je je niet beperkt hoeft te voelen in beweging.

Bij krachtpatsers willen we iedereen de mogelijkheid geven om (weer) te bewegen. Om met plezier en als het even kan pijnvrij te bewegen. Droom je ervan om je weer fit te voelen? Wil je meer vertrouwen hebben in je lichaam? En wil je je zekerder voelen over wat je kan, en alternatieven vinden voor wat (nog) niet kan? Zet dan samen met ons een stapje om dit werkelijkheid te maken. 

 

Hilde Does (afgestudeerd fysiotherapeut), beweegcoach en groepsles-instructeur bij krachtpatsers. Tijdens de trainingen draagt zij zorg voor een veilige sfeer waarin niet wordt veroordeeld en respect voor elkaar de norm is. Zij gelooft dat beweging op een bijzonder doeltreffende manier inzicht geeft in je eigen gedachtenpatronen en gedrag. Haar doel is om je door middel van beweging te laten ervaren dat je de kracht bezit om de regie over je eigen leven terug te pakken en je eigen keuzes te maken. 

Ps. deze sportbegeleiding wordt niet gezien als fysiotherapie en kan daarom niet als zodanig vergoed worden.

Stress: krachtig signaal van je lichaam

Als je intensief sport en beweegt is het makkelijk om naar je lijf te luisteren. Je lichaam is zo hard aan het werk en je hart slaat in je borst, je longen branden Maar wat als je niet zo intensief beweegt? Geeft je lichaam dan ook signalen? Het antwoord is volmondig ja. Deze signalen zijn minder aanwezig, maar ze zijn er wel. We zijn misschien vergeten hoe het is om te luisteren.

Een duidelijk signaal van je lichaam is stress. Uiteraard geeft je lichaam er veel meer, echter over dit signaal, en de nadelen ervan, wordt steeds meer bekend. Omdat veel mensen gebukt gaan onder stress, maar zich niet altijd bewust zijn van de signalen, gaan we hier vandaag dieper op in.

Wat is stress?

Als je in een gestreste situatie bent, maakt je lichaam als reactie adrenali- ne en cortisol aan. Dit wordt aangemaakt in situaties waar accuut gevaar dreigt, zoals parachutespringen, maar denk ook aan de druk die je ervaart als je een deadline moet halen.

In zo’n situatie zorgt het hormoon adrenaline ervoor dat je spieren zich aan- spannen en je hartslag en bloeddruk omhoog gaan. Hierdoor kan je mak- kelijker en sneller uit deze situatie vluchten. Als de situatie te lang duurt, neemt het hormoon cortisol het over.

Stress is hulpvol in levensbedreigende situaties. Maar langdurige stress, als je te lang cortisol aanmaakt, is minder gezond. Cortisol is de laatste jaren nogal negatief in het nieuws. Echter, cortisol heeft ook veel voordelen:

  • Cortisol werkt ontstekingsremmend en wordt ook toegevoegd aan verschillende medicijnen, zoals prednison.
  • De hoeveelheid cortisol in je bloed fluctueert gedurende de dag.
    Vlak voor het waken start de aanmaak van cortisol en in de avond wordt de aanmaak van cortisol geremd. Cortisol helpt dus bij een gezond waak- en slaapritme.
  • Cortisol reguleert je bloeddruk.
  • Cortisol ondersteunt het metabolisme, de verbranding in het lichaam.
  • Cortisol ondersteunt het geheugen en de concentratie.
  • Tijdens de bevalling maken vrouwen ook cortisol aan, het is eennatuurlijke manier voor extra energie.Je ziet hoe belangrijk dit hormoon is. Maar wat ook belangrijk is, is dat het in balans is en dat het lichaam de tijd krijgt om cortisol ook weer af te bre- ken. Als je langere tijd onder mentale stress staat, (het lichaam maakt geen onderscheid tussen lichamelijke stress: ‘ik moet vluchten’ of mentale stress: ‘ik red die deadline niet’) blijven je bijnieren maar cortisol produceren. Wat doet een teveel aan cortisol?

Zoals eerder benoemd, heeft cortisol invloed op je bloeddruk. Een te hoge bloeddruk heeft veel gezondheidsnadelen:

  • de druk op de aderen verhoogt, je krijgt last van duizelingen en wordt trillerig. De kans op hartproblemen neemt toe.
  • Cortisol beïnvloedt het waak- en slaapritme. Als jouw cortisolniveau niet daalt dan kan je je voorstellen dat je moeite hebt om in slaap te komen. Gevolg: slapeloosheid en uiteindelijk chronische vermoeidheid.
  • Als je moet vluchten in een gevaarlijke situatie, zijn bepaalde functiona- liteiten van het lichaam van ondergeschikt belang. Zoals je spijsverteringskanaal. Door te veel cortisol wordt dit stelsel veel gevoeliger. Het krijgt minder bloed. Gevolg: voedingsstoffen zoals vitamines en mineralen worden minder goed opgenomen.
  • Zelfde situatie: je moet vluchten voor gevaar. Je lichaam heeft op zo’n moment veel energie nodig, dus wat doet het? Het verhoogt je eetlust. En niet zomaar je eetlust: nee, voeding die veel kcal (= energie) bevat. Zo kan je langere tijd door. Ook wordt cortisol direct opgeslagen als buikvet: het lichaam zorgt voor rantsoen.
  • Cortisol zorgt dat je spieren aanspannen, want gespannen spieren zijn klaar om te vluchten. Maar als die spieren constant op spanning staan, kan dit leiden tot hoofdpijn.Een lichaam dat steeds op spanning staat, kost energie. Eén van de energiebronnen van het lichaam is glucose. En laten we dat nu net in onze spieren opslaan. Wat gebeurt er dus als wij te weinig energie heb-ben, maar wel nodig hebben? Dan wordt dit uit onze spieren gehaald. Gevolg: spieren worden afgebroken. Een verhoogd cortisolgehalte breekt dus je spieren af.
  • Daarnaast heeft cortisol ook veel invloed op je mentale gezondheid en is bewezen dat dit kan leiden tot burn-out klachten, angststoornissen en zelfs depressie.

Tot slot: cortisol beschadigt de hersens en tast het immuunsysteem aan. Een gestrest lichaam is gevoeliger voor ziektes, virussen en bacteriën. Het is dus van belang om je cortisolniveau te verlagen!

Hoe doe je dat?

1. Bewegen Maak een wandeling door het bos of over het strand. Pak de fiets of ga het huishouden doen: kom in ieder geval van die bank af.

2. Sporten Endorfine, het hormoon dat vrijkomt tijdens sporten, is het belangrijkste anti-stress hormoon en breekt cortisol af.

3. Muziek luisteren Zet muziek op waar je van ontspant en van kan genieten.

4. Empatisch zijn Help de buurvrouw, doe iets voor een ander, aai een hond. Door empatisch te zijn, ons in te leven in een ander, een ander te helpen maken we allerlei gelukshormonen aan die helpen bij de afbraak van cortisol.

5. Meditatie Leer hoe je je eigen gedachten kan onderzoeken en er afstand van kan nemen. Het lijf en het hoofd zijn met elkaar verbonden, een ont- spannen mind is een ontspannen lichaam.

Het verhaal van Hilde

‘Neem je hoofd eens niet zo serieus’ zei Juul ooit tegen me tijdens een bootcamp-les. Een half jaar later en een zelfvertrouwen-training verder begreep ik pas wat ze toen bedoelde.


Zonder dat ik het zelf had zien gebeuren had ik mezelf door omstandigheden zo afgesloten van mijn eigen gevoel dat ik geen dingen meer deed omdat ik ze ‘wilde’, maar omdat ik ze ‘moest’. Ik ‘moest’ dingen van anderen, en daarnaast ‘moest’ ik ook nog dingen van mezelf. Ik werd geleefd. Ik zat volledig in m’n hoofd. Gevangen in verwachtingen van anderen en van mezelf. En hoe meer ik in mijn eigen hoofd kroop om te bedenken hoe ik hieraan zou kunnen ontsnappen en hoe ik beter voor mezelf op zou kunnen komen, hoe verder ik eigenlijk verwijderd raakte van de oplossing. Ik probeerde te ontsnappen aan alle prikkels waarvan ik dacht dat ze het leven moeilijker maakten, maar maakte daarmee in werkelijkheid mijn wereld steeds kleiner. Of eigenlijk maakte ik mezelf steeds kleiner op deze wereld. Het gevoel dat ik nergens meer invloed op had en alles mij maar overkwam. Dat ik geen keuzes meer had en was overgelaten aan het lot.

En toen was daar Juul. Met een medicine-bal. En een battle-rope. En een paar steengoeie beeldende oefeningen die alles in perspectief plaatsten. Het Krachtpatsers programma.
Holy moly… hoe hard kwam ik mezelf tegen… Moe. Boos. Verdriet. Pijn.
Dat alles onder toeziend oog en luisterend oor van lieve Juul, die alle ruimte laat voor alles wat er bovenkomt. En respect heeft voor alles wat nog even blijft zitten.

De trainingen werden gevolgd door enorme opluchting. En kracht. Rust. En na elke training werd de theorie achter de oefeningen besproken. Waardoor stukjes langzaam op de plek begonnen te vallen. Na deze sessies sliep ik dan de klok rond. Echt boven verwachting (mentaal) vermoeiend. Maar op een goede manier.

Door de trainingen begon ik patronen te zien die ik in de loop der jaren heb ontwikkeld, zowel in denken als in doen, en hoe die patronen nog altijd terugkeren en mij soms tegenhouden in mijn groei. Ik zie nu hoe erg ik mezelf daarmee tekort heb gedaan.

Als iets mijn motto is, is dat iemands acties niet ‘de mens’ maken, en ik ben er trots op dat ik daardoor niet hoef te oordelen, instaat ben tot vergeving en altijd het positieve in iemand kan zien. Maar tijdens het Krachtpatsersprogramma kwam ik erachter dat ik die gave in kon zetten voor iedereen om me heen, behalve voor mezelf…
De negatieve gedachtes die ik onbewust had over mezelf maakten dat ik mezelf niet de moeite waard vond om voor op te komen.
Door zo’n lage eigenwaarde te hebben, voelde ik mezelf klein, onbelangrijk, niet van invloed. Ik deed niet mee.
Ik heb me daardoor onbewust heel lang ‘slachtoffer’ gevoeld, en het gevoel gehad dat ik werd geleefd. Zonder het door te hebben zat ik op de rand van een burn-out.

Het belangrijkste wat ik heb geleerd: ik heb dat zelf laten gebeuren. Er is niemand die dat mij heeft ‘aangedaan’, ik heb mezelf tekort gedaan, door onbewust zo negatief en oordelend over mezelf te zijn. Ik kreeg geen burn-out door de hoeveelheid shit die op me af kwam, maar door hoe ik daarmee om ging.
Mijn geluk is mijn eigen verantwoordelijkheid. Niet die van een ander. Als iemand over mijn grenzen heen gaat dan laat IK dat zelf gebeuren, dan heb IK niet op tijd ingegrepen. Ik ben eigen baas, en ik heb altijd een keuze. Gevolg? Ik heb regie over mijn leven. Ik zit lekkerder in mijn vel.

En nu? Nu ben ik enorm gemotiveerd om anderen ook op deze manier kennis te laten maken met hun eigen waarde en hun eigen kracht. Dit programma heeft me zo op een positieve manier verrast en daarom ben ik supertrots en blij dat ik komend jaar naast Juul mag staan om de komende trainingen te begeleiden.
Dit concept waarbij fysieke activiteit wordt gebruikt om dichter tot de kern te komen is wat mij betreft zo van meerwaarde dat ik het iedereen zou willen aanraden. Ik werk als fysiotherapeut dus ik was al bekend met de theorieën over bewegen etc. Maar dat is nou juist het punt. Theorie zit in je hoofd, en daar heb je niks aan, totdat je het in de praktijk brengt. ‘Voelen’, ‘doen’ en ‘leven’ doe je met je lichaam, en niet met je hoofd. Dat hoofd is juist hetgeen wat alles een stuk ingewikkelder en moeilijker maakt. En heel vaak onterecht.

Mocht je twijfelen of dit programma iets voor jou is? Misschien wel omdat je denkt dat het mogelijk niet helemaal bij je past, of omdat je denkt dat je er nu nog niet aan toe bent, en dat je wacht op een beter moment… Dan raad ik je aan nu te stoppen met twijfelen, en Juul gewoon te bellen of mailen.

Neem je hoofd eens niet zo serieus. Denk eens gewoon even niet aan alle dingen die ‘mogelijk’ tussen jou en je doel in staan. Laat je hoofd niet de baas worden zijn in jouw leven, maar je hart. Start met doen 🙂